Bovenlichten en snijramen in Nederland

Renaissance 3
Home
Over mijzelf
Bovenlicht van de maand
Wat zijn bovenlichten?
Wat is nieuw?
Bovenlichten in de diverse stijlperioden
Naar bijzondere items
Oorsprong van de Symbolen
Geschiedenis glas, gevels en bouwkunst
Oude prenten, gravures en foto's
Middeleeuwse metseltekens
Tympanen
Schamels
Romeinse jaartallen
Oorsprong Byzantijnse kandelaars
Vertikale slijpgleuven
Renovatie en restauratie
Buitenlandse voorbeelden van bovenlichten
Web links
Gastenboek en contact
Zoeken op deze site
Wat is triest

Immigranten

Vooral toen in 1585 Antwerpen in Spaanse handen kwam namen veel kunstenaars en ambachtslieden de wijk naar de Noordelijke Nederlanden. Zij bracht natuurlijk de Renaissance-stijl mee, waardoor het in de Noordelijke Nederlanden ook verder verspreid werd. Misschien is dat dan ook de reden dat er toch nog zoveel variatie is in vorm en versiering van deze oude huizen: Italiaanse, Franse en Vlaamse motieven naast elkaar en door elkaar heen.

Ornamenten in natuursteen

Werd in het Noorden vooral in baksteen gebouwd, in het zuiden lag natuursteen meer voor de hand. Hierdoor zien de panden er in het zuiden ook heel anders uit dan in het noorden. In natuursteen kon je veel beter allerlei verfijnde reliŽfs aanbrengen en sculpturen uithouwen. In baksteen gaat dat niet.

We zien dan ook, dat op de plekken waar men iets ornamenteels wil plaatsen, gebruik wordt gemaakt van natuursteen: b.v. klauwstukken, gevelsteen, leeuwenkopjes enz. In het zuiden komt men wel kalksteen uit Belgie tegen, boven de grote rivieren is het voornamelijk zandsteen uit Bentheim, een plaats vlak over de grens bij Oldenzaal. 

De Vleeshal van Lieven de Keij

De Vleeshal in Haarlem, met zijn drukke en rijke versieringen, is gebouwd door een van de belangrijkste bouwmeesters uit de Renaissancetijd, Lieven de Keij. Hij is een van de vele vluchtelingen die vanuit het zuiden hun heil bij ons zochten. Deze Lieven de Keij is in Haarlem terecht gekomen. In de Vleeshal heeft hij veel Vlaamse elementen verwerkt en zijn gebouwen fungeerden al meteen weer als voorbeeld voor andere bouwmeesters.

De gecroonde Raep van Hendrick de Keijzer

Een andere grote naam uit deze tijd is de al genoemde Hendrick de Keijzer. Hij bezat talent voor steenhouwen en beeldhouwen. Maar hij interesseerde zich ook voor het bouwen van hele panden en  deed dat zo voortreffelijk dat hij door Amsterdam werd aangesteld als ‘beeltsnijder en steenhouwer der stad Amsterdam’. Vooral in zijn begintijd heeft ook  Hendrick de Keijzer voor zijn vormen en versieringen veel overgenomen uit de platenboeken van Vredeman de Vries.

Van Hendrick de Keijzer is het pand Oudezijdsvoorburgwal 57: De gecroonde Raep (bouwjaar 1615). Een heel goed herkenbare versieringsvorm uit die tijd is het rolwerk-ornament. Dit zijn grillig gevormde banden van natuursteen, die in de gevel zijn verwerkt en ook vaak aan de randen voorkomen. Ook hield Hendrik ervan om wat aparte bogen boven de ramen te construeren zoals b.v. de accoladeboog.

Eigenlijk is dit ook allemaal terug te zien in de gecroonde Raep.

Bovenlichten

Van bovenlichten is in deze tijd nog geen sprake. Op de benedenverdieping had men aan de buitenzijde luiken voor de deuren. Op de hogere verdiepingen zaten de luiken aan de binnenkant zodat je er gemakkelijk bij kunt.

 

De deur bestond wel vaak uit een onder- en bovendeur. Door de bovendeur open te zetten, kwam er licht en frisse lucht binnen en hield men rondzwervende dieren mooi buiten. Sommige huizen kenden ook al een hoge stoep (met daarop vaak een zitbank) aangezien de woonetage vanwege de kelderverdieping wat hoger lag dan het straatniveau.